Verlichting en signalen
Dimlicht, groot licht, mistlicht, richtingaanwijzers en waarschuwingssignalen correct gebruiken.
Gecontroleerd aan officiële bronnen op 30 september 2026. RVV art. 28–41, 50 en 55. Praktische rijadviezen zijn herkenbaar als advies.
Dimlicht en dagrijlicht
Auto's, motorfietsen, bromfietsen en gewone snorfietsen voeren dimlicht bij nacht en overdag wanneer het zicht ernstig wordt belemmerd. Motorvoertuigen mogen overdag bij goed zicht dagrijlicht voeren waar het voertuig daarvoor is ingericht. Dat is geen vervanging voor verplicht dimlicht bij donker of slecht zicht.
Bij sommige auto's branden de achterlichten niet met dagrijlicht. Een verlicht dashboard bewijst niet dat je buitenverlichting goed aanstaat. Controleer de stand van de lichtschakelaar. Een automatische stand herkent niet altijd mist of alle omstandigheden met slecht zicht.
Achterlichten en achterkentekenverlichting branden samen met groot licht, dimlicht, stadslicht of mistlicht. Controleer ook de lichten van een gekoppelde aanhanger. Verlichting moet schoon en onbeschadigd zijn en mag anderen niet verblinden.
Groot licht
Groot licht mag in plaats van dimlicht worden gebruikt, behalve overdag, bij het tegenkomen van een andere weggebruiker en bij het op korte afstand volgen van een ander voertuig. Dim dus ook voor een tegemoetkomende fietser of voetganger. Wacht niet tot de ander je met een signaal waarschuwt.
Bij mist geeft groot licht vaak meer terugkaatsing en daardoor slechter zicht. Kies de passende verlichting en verlaag de snelheid. Een helder verlichte weg geeft geen uitzondering op de dimlichtplicht in de nacht.
Mistlicht
Bestuurders van motorvoertuigen en gehandicaptenvoertuigen mogen mistlicht vóór voeren bij mist, sneeuwval of regen die het zicht ernstig belemmert. Deze uitzondering geldt niet als algemene vervanging van dimlicht voor een gewone bromfiets of snorfiets. Er bestaat daarvoor in de regel geen harde grens van precies 50 of 200 meter. Als het voorste mistlicht op de wettelijk toegestane manier wordt gebruikt, hoeft dimlicht niet tegelijk aan.
De regels voor mistlicht gelden alleen voor een voertuig dat deze verlichting volgens de technische eisen mag hebben. Een gewone tweewielige bromfiets of snorfiets mag geen mistlichten hebben; neem de mistlichtregels daarom niet over als bedieningsadvies voor zo’n voertuig.
Mistachterlicht mag uitsluitend bij mist of sneeuwval met zicht minder dan 50 meter. Niet bij zware regen alleen, en niet bij 50 meter of meer zicht. Zet het weer uit als de voorwaarden wegvallen; het felle licht kan achterliggers hinderen.
| Licht | Wanneer toegestaan of verplicht |
|---|---|
| Dimlicht | Verplicht in de nacht en bij ernstig belemmerd zicht overdag |
| Groot licht | In de nacht waar je geen ander tegenkomt of voertuig op korte afstand volgt |
| Mistlicht vóór | Bij mist, sneeuw of regen die het zicht ernstig belemmert |
| Mistlicht achter | Bij mist of sneeuw en minder dan 50 meter zicht |
Een stilstaand voertuig
Buiten de kom moeten stilstaande motorvoertuigen op meer dan twee wielen op de rijbaan, en op parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken en vluchthavens langs auto(snel)wegen, in de nacht en bij ernstig belemmerd zicht stadslicht en achterlicht voeren. Voor stilstaande aanhangers bestaan vergelijkbare eisen voor de voorgeschreven lichten. Parkeer uiteraard alleen waar dat verder is toegestaan.
Richtingaanwijzer, remlicht en alarmlichten
Geef richting aan vóór afslaan en belangrijke zijdelingse verplaatsingen. Zet de aanwijzer uit als de manoeuvre klaar is. Een teken op tijd helpt anderen, maar geeft geen voorrang. Remlichten waarschuwen voor vertraging; test ze zo nodig met hulp of via een reflectie.
Waarschuwingslichten helpen bij pech of plots gevaar. Zij maken een verboden parkeeractie niet legaal en veranderen geen voorrangsregel. Een claxon of knippersignaal mag alleen om dreigend gevaar af te wenden. Gebruik die niet om iemand te groeten, haast te maken of frustratie te tonen.
Bijzondere signalen
Een hulpverleningsvoertuig met blauw zwaai-, flits- of knipperlicht én tweetonige hoorn is een voorrangsvoertuig. Geel zwaailicht waarschuwt voor werkzaamheden of bijzonder gevaar en geeft geen algemene voorrang. Een groen licht kan een bijzondere hulpverleningstaak aangeven, maar is geen vervanging voor de combinatie die een voorrangsvoertuig kenmerkt.
Voorbeeld: zeer zware regen
Het zicht is slecht door regen. Je gebruikt dimlicht en mag bij ernstig belemmerd zicht voorste mistlichten gebruiken. Het mistachterlicht mag niet alleen vanwege de regen aan, ook als je het zicht zeer kort vindt. Neem snelheid terug en houd afstand.
Test jezelf
Bedenk eerst je antwoord. Open daarna de uitleg.
Mag mistachterlicht bij zware regen aan?
Nee. Het mag alleen bij mist of sneeuwval met zicht minder dan 50 meter.
Zijn achterlichten altijd aan met dagrijlicht?
Nee, dat verschilt per auto; controleer de verlichting.
Geeft geel zwaailicht voorrang?
Nee. Het waarschuwt, maar geeft geen algemene voorrangspositie.
Bronnen bij deze les
Rijbewijs AM Theorieboek Compact 2026
Volledige CBR examenstof van 2026 in minder pagina's lezen - Leer alle verkeersborden uit je hoofd met het handige bordenboek - Alles wat jij moet weten voor het CBR scooter theorie examen
Bekijk product →