Begrippen, zorgplicht en afleiding
De betekenis van weggebruiker, bestuurder, verkeer, weg en motorvoertuig; zorgplicht en telefoonverbod.
Gecontroleerd aan officiële bronnen op 30 september 2026. RVV art. 1–2b en 61a; WVW art. 1, 5, 5a en 6. Praktische rijadviezen zijn herkenbaar als advies.
Begrippen bepalen het antwoord
Weggebruikers zijn voetgangers, fietsers, bromfietsers, bestuurders van gehandicaptenvoertuigen, motorvoertuigen en trams, ruiters, geleiders van rij- of trekdieren of vee en bestuurders van bespannen of onbespannen wagens. Verkeer omvat alle weggebruikers. Bestuurders zijn alle weggebruikers behalve voetgangers.
Wie naast een fiets, bromfiets of motorfiets op twee wielen loopt, volgt de voetgangersregels. Een ruiter en iemand die een paard geleidt zijn bestuurders. Een scootmobielgebruiker is een bestuurder van een gehandicaptenvoertuig, met plaatsafhankelijke regels. Dit bepaalt bijvoorbeeld het verschil tussen voorrang aan bestuurders van rechts en al het verkeer laten voorgaan bij een bijzondere manoeuvre.
Voertuig en motorvoertuig zijn niet hetzelfde
Een fiets is een voertuig, maar geen motorvoertuig. Ook bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen vallen voor het RVV buiten de motorvoertuigdefinitie; een tram evenmin. Een gewone auto en motorfiets zijn wel motorvoertuigen. De brommobiel volgt door een aparte bepaling meestal motorvoertuigregels.
Een verbod voor motorvoertuigen is daarom niet automatisch een verbod voor ieder voertuig met een motor. Lees de wettelijke bordomschrijving en bijzondere toepassingsregels. Een speedpedelec is een bromfiets, geen gewone fiets of motorfiets.
Weg, rijbaan en rijstrook
De weg omvat meer dan het asfalt waarop auto's rijden: ook de bijbehorende paden, trottoirs, bermen en zijkanten kunnen tot de weg behoren. Een rijbaan is het voor rijdende voertuigen bestemde weggedeelte, uitgezonderd fietspaden en fiets-bromfietspaden. Een rijstrook is een door strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan met voldoende breedte voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen.
Een openbaar toegankelijk terrein kan onder de verkeerswet vallen, ook als het particulier bezit is. Een parkeerterrein bij een winkel is dus niet vanzelf een gebied waar rijbewijs-, alcohol- en veiligheidsregels niet gelden.
De algemene zorgplicht
De Wegenverkeerswet verbiedt gedrag dat gevaar op de weg veroorzaakt of kan veroorzaken, of verkeer hindert of kan hinderen. Ook zonder een bord kun je dus verkeerd handelen. Het veroorzaken van een aan schuld te wijten ernstig verkeersongeval kan strafbaar zijn; opzettelijk zeer gevaarlijk gedrag heeft een eigen wettelijke regeling.
Een verkeersregel naleven ontslaat je niet van de plicht zichtbaar gevaar te vermijden. Neem geen voorrang met een botsing als voorzienbaar gevolg. Pas je snelheid aan kinderen, zicht, wegdek en weersomstandigheden aan.
Telefoon en andere apparaten
Tijdens het rijden mag de bestuurder van een voertuig geen mobiel elektronisch apparaat vasthouden dat voor communicatie of informatieverwerking kan worden gebruikt. Dat omvat bijvoorbeeld telefoon en tablet. Een houder kan het vasthouden voorkomen, maar maakt afgeleid rijden niet veilig.
Het specifieke vasthoudverbod geldt tijdens het rijden. Als je werkelijk stilstaat is die specifieke bepaling anders, maar je blijft letten op verkeer, veilige stilstand en andere voorschriften. Gebruik een rood licht niet als aanleiding om na groen onoplettend weg te rijden.
Geldigheid en beperkingen op het rijbewijs
Voor AM, A1, A2, A, B, BE en T is de gewone geldigheidsduur bij afgifte vóór 65 jaar tien jaar. Bij afgifte vanaf 65 tot 70 is dat tot de 75e verjaardag; vanaf 70 in beginsel vijf jaar. Een beperking vanwege rijgeschiktheid kan een kortere duur geven. Voor C- en D-categorieën gelden in beginsel vijf jaar. Lees altijd de concrete geldigheidsdatum per categorie op het pasje.
Een code kan bijvoorbeeld een bril, automaat of aangepaste bediening voorschrijven. Het bezit van het pasje maakt een verlopen, ingevorderde of ongeldig verklaarde bevoegdheid niet geldig. Laat tijdig vernieuwen en rijd uitsluitend binnen de geldige categorie en voorwaarden.
Voorbeeld: paard van rechts
Op een gelijkwaardig kruispunt komt een ruiter van rechts. Het is een bestuurder. Je verleent hem voorrang volgens de gewone rechtsregel, ook al rijdt hij geen motorvoertuig.
Test jezelf
Bedenk eerst je antwoord. Open daarna de uitleg.
Is een voetganger een bestuurder?
Nee. Wel een weggebruiker en onderdeel van het verkeer.
Is een gewone bromfiets voor het RVV een motorvoertuig?
Nee. Het RVV sluit bromfietsen uit die definitie; er bestaan wel bijzondere toepassingsregels.
Kan gevaarlijk gedrag zonder specifiek verbodsbord verboden zijn?
Ja. De algemene zorgplicht van de Wegenverkeerswet blijft gelden.
Bronnen bij deze les
Rijbewijs AM Theorieboek Compact 2026
Volledige CBR examenstof van 2026 in minder pagina's lezen - Leer alle verkeersborden uit je hoofd met het handige bordenboek - Alles wat jij moet weten voor het CBR scooter theorie examen
Bekijk product →